btw-aftrek in juiste aangifte
BTW-aftrek realiseren in juiste BTW-aangifte
 
In oktober 2010 heeft de Hoge Raad – onze hoogste rechter – een oordeel geveld dat de aandacht vraagt in de dagelijkse praktijk. De Hoge Raad besliste dat een ondernemer die aangifte voor de omzetbelasting doet zijn recht op BTW-aftrek moet realiseren in de aangifte omzetbelasting over het correcte tijdvak. Hierbij is de datum van de factuur leidend (dus niet de betaaldatum!).
 
Dit impliceert dat een ondernemer (die aftrekgerechtigd is voor de omzetbelasting) die een computer aanschaft en daarvoor in de maand januari 2011 een factuur krijgt uitgereikt van de computerwinkel, de aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting moet verwerken in de aangifte omzetbelasting die ziet op de maand januari 2011. Dat betreft de aangifte over de maand januari 2011, de aangifte over het eerste kwartaal van 2011 of de aangifte over het jaar 2011, afhankelijk van de vraag of de ondernemer per maand/kwartaal/jaar aangifte omzetbelasting doet.
 
Indien de BTW-aftrek niet in de juiste aangifte wordt verwerkt bestaat de kans dat de aftrek door de fiscus wordt geweigerd! Mocht er toch iets zijn misgegaan, waardoor de omzetbelasting niet in de correcte aangifte is opgenomen, dan kan de Belastingdienst op verzoek (‘ambtshalve’) in bepaalde gevallen toch teruggave verlenen. Hieraan zijn echter voorwaarden verbonden en deze weg vereist wat medewerking van de zijde van de Belastingdienst.
 
Het voorgaande betekent dat het belangrijk is om steeds aangifte omzetbelasting te doen op basis van een bijgewerkte boekhouding! Schattingsaangiften en aangiften op basis van het kasstelsel (betaaldatum gevolgd in plaats van factuurdatum) leveren derhalve een (onnodig!) risico op!